Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

 

Op 16 december 2011 heeft de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin de minister zijn voornemen aankondigde tot opstellen van een Algemene Maatregel van Bestuur om private partijen in staat te stellen tegen betaling schuldbemiddeling aan te bieden. Op de naleving van deze AMvB zal Unit Ordening van de Belastingdienst/Holland-Midden toezicht houden en handhaving toepassen. De minister is voornemens om volgens een drietal strakke criteria schuldbemiddeling tegen betaling te gaan introduceren. Door de toegenomen behoefte aan schuldbemiddeling als gevolg van de huidige economische realiteit hoopt de minister hiermee de schuldbemiddelingscapaciteit te verhogen.

In zijn algemeenheid, zo weten wij,  is de tijd vlak voor het kerstfeest hét moment om na te denken over je medemens, vrede op aarde, de omgang met anderen en de wijze waarop ieder individueel persoon zijn of haar bijdrage kan leveren aan het tot stand komen daarvan. Niet zelden zal dat overpeinzen plaatsvinden met in de ene hand een (mooi) glas wijn of bier en in de andere hand een melba toast met daarop dure pate die wij haalden uit het kerstpakket dat wij kregen van de werkgever.

Onlangs werd de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 18 november 2011 gepubliceerd waarin werd beslist dat het de rechters-commissarissen in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp), niet langer vrij staat om op grond van de Recofa-richtlijnen, het normbedrag als bedoeld in art. 295 lid 2 Fw, op grond van lid 3 van dat artikel te verhogen met de door de onderhoudsplichtige bij rechterlijke uitspraak of overeenkomst vastgestelde kinderalimentatie (LJN: BU4937, Hoge Raad , 11/03698 (CW 2634).

De Wsnp is een wet in beweging. Bij de wetswijziging Wsnp van 1 januari 2008  zijn een aantal instrumenten toegevoegd die de slagingskans voor het minnelijk traject beoogden te verhogen. Dat waren de voorlopige voorziening (art. 287 lid 4 Fw), het moratorium (art. 287b Fw) en de gedwongen medewerking (art. 287a Fw). Daarnaast vonniste de Hoge Raad in november 2010 dat “een redelijke wetstoepassing” met zich meebracht dat niet alleen gemeenten een 285-verklaring mochten afgeven, maar dat ook personen als bedoeld in art. 48 lid 1 onder c Wck dit mogen doen (lees: (o.a.) bewindvoerders Wsnp).
Aanpassing van de wet aangevuld met het arrest van de Hoge Raad leidde tot de praktische consequentie dat op plekken waar een blokkerend praktisch of juridisch probleem lag voor toeleiding naar een schuldoplossing , de oplossing voortaan “in één hand” kon worden uitgevoerd. RECOFA, het overleg van Rechters-commissarissen in faillissementen, zag voorshands ook geen bezwaren tegen deze werkzaamheden door de bewindvoerder Wsnp (zie introductie zevende monitor Wsnp).

De minister van Justitie heeft d.d. 25 oktober 2011 zijn zevende monitoring WSNP aangeboden aan de Tweede Kamer. De monitor betreft het jaar 2010 en is inmiddels de derde monitor na de belangrijke wetswijziging die van kracht is geworden vanaf 1 januari 2008.  Doelstelling van de wetswijziging destijds was de WSNP nog slechts toegankelijk te houden voor personen die saneringsrijp waren. De aanvankelijke vrees die bestond dat dit dus automatisch zou leiden tot meer afwijzingen is uiteindelijk niet waar gebleken en heeft slechts zeer beperkt plaatsgevonden. Het aantal aanvragen toont wel een doorgaande stijging van de eind 2009 ingezette trend van een stevig toenemend aantal aanvragen. Het aantal schone lei-vonnissen was nog nooit zo groot.